Los, aan elkaar of met een
koppelteken?
Woordgroep
Een woordgroep is een serie
woorden die bij elkaar worden gehouden door een grammaticaal
verband, zoals in een zin. Ze worden los van elkaar
geschreven omdat het verband daarvan niet getoond hoeft te
tonen in de spelling.
Samenstelling
Als twee woorden bij
elkaar worden gebracht om er vervolgens een nieuwe
betekenis mee uit te drukken, dan schrijven we deze
aan elkaar vast.
Afleiding
Als we om een nieuwe
betekenis uit te drukken een woord combineren met
een voor- of achtervoegsel
dat niet als een apart woord bestaat, dan noemen we
dat een afleiding. De delen
van een afleiding schrijven we ook aan elkaar vast.
Er kan ook een
betekenisverschil bij bepaalde worden optreden als
ze niet aaneenschreven worden. Bijvoorbeeld:
- Het tegoed op zijn
rekening viel tegen (te vorderen bedrag)
- Hij heeft nog een fles
wijn van mij te goed (iets krijgen)
Koppelteken
In een aantal bijzondere
gevallen moeten samenstellingen of woordgroepen met
een koppelteken geschreven worden. Dit bijvoorbeeld
als er sprake is van een klinkerbotsing.
Welke klinkers botsen er dan?
-
aa, ae, ai, au, ee, ei, eu, ie, oe, oi, oo,
ou, ui, uu
Welke botsen er niet?
-
ao, ea, eo, ia, io, iu, oa, ua, ue, uo, aj,
ej, oj, uj, ay, ya, ey, ye, iy, yi, oy, yo, uy,
yu
De combinaties
i + j, e+ij, e+ui
en i+i leveren ook een
klinkerbotsing op in een samenstelling (bijvoorbeeld
bij vanille-ijs en bij sproei-installatie).
Alleen bij een ongeleed woord of een
afleiding niet (bijvoorbeeld bij geuit).
Een koppelteken
schrijf je ook in de volgende gevallen:
-
bij
afkortingen (T-shirt, 26-jarig)
-
Sint of
bepaalde Griekse of Latijnse woorden
(niet-roker of Sint-Nicolaas)
-
titels en
namen van functies
-
bij
eigennamen (kabinet-Balkenende)
-
namen van
gehuwde vrouwen
-
aardrijkskundige namen of een afgeleide
daarvan (Noord-Holland)
-
samenstellingen voor de duidelijkheid
(een scheidingsteken, bijv. gala-avond)
-
om aan te
geven dat woorden bij elkaar horen
(kant-en-klaar)
-
bij
nevenschikkingen (Nederlands-Belgisch of
dichter-schilder)
Hun of Hen?
Hen gebruik je in de volgende gevallen:
Hun gebruik je in de volgende gevallen:
-
om bezit uit te drukken: Hun auto is stuk
-
als hun vervangbaar is door een voorzetsel + hen
(voorzetsels zijn onder andere aan, voor, bij, in, door,
volgens, etc. etc.). Bijvoorbeeld:
- Ik geef hun het boek (hun is vervangbaar door
aan
hen)
- De Noordpool is hun te ver (hun is vervangbaar door
voor hen)
Lukt
het je niet om het met deze vuistregels op te lossen?
Gebruik dan ze als alternatief voor hen én
hun. Bijvoorbeeld: Laat ze (hen) maar praten.
Tussenletter -n
Wanneer het eerste
deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat
maar één meervoud heeft en eindigt op een -n, dan schrijf je
de -n in de samenstelling, zoals kip - kippensoep.
Als het eerste deel
van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat op een
toonloze -e eindigt én als het twee meervoudsvormen kent,
dan schrijf je geen -n in de samenstelling, zoals groente -
groentes en groenten dus groenteman en groentewinkel.
Je schrijft geen -n:
-
als het eerste deel uniek is, zoals Koninginnedag,
zonneschijn;
-
als het eerste of het tweede deel niet meer herkenbaar
is in zijn oorspronkelijke betekenis, zoals ruggespraak
en bolleboos;
-
als het eerste deel het tweede deel versterkt en het
geheel is een bijvoeglijk naamwoord, zoals apetrots en
reuzeleuk.
Het gebruik van hoofdletters
De zin begint met een
hoofdletter, behalve als de zin begint met een getal. Ook
aardrijkskundige namen schrijf je met een hoofdletter.
Geen hoofdletter krijgen:
-
middeleeuwen, prehistorie
(alle tijdperken)
-
namen van dagen, maanden en
jaargetijden
-
feestdagen
-
namen gebruikt als soortnaam
(sinterklaascadeaus)
-
stromingen of richtingen die
zijn afgeleid van een naam (katholieken, calvinisten)
Handige websites:
|