Taaltip: Doctorandussen en MBAs hoofdletters of niet

De nieuwe visitekaartjes liggen bijna klaar om naar de drukker te gaan. Je doet nog één laatste controle. Naam klopt. Functie klopt. Telefoonnummer klopt. En dan blijf je hangen op één detail: schrijf je doctorandus met een hoofdletter of niet? En hoe zit het met MSc, moet dat eigenlijk volledig in hoofdletters? Het zijn van die kleine dingen waar je nét over kunt twijfelen. Toch zegt zo’n hoofdletter veel over de professionaliteit van je organisatie. Na het lezen van dit artikel weet je precies hoe het zit.
Klassieke titels: kleine letters
Traditionele Nederlandse academische titels in afkorting (zoals drs., ir., mr. en dr.) schrijf je met een kleine letter en een punt. Je zet ze vóór de naam.
Doctorandus hoofdletter of niet?
Het korte antwoord: nee.
De titel gebruik je in de praktijk vrijwel altijd als afkorting: drs. Die schrijf je met een kleine letter en een punt.
Drs. staat voor doctorandus. Gebruik je het woord voluit, dan schrijf je ook doctorandus met een kleine letter.
Alleen aan het begin van een zin krijgt het woord of de afkorting een hoofdletter, zoals elk ander woord.
Voorbeeld in een lopende zin: Aanwezig was drs. Jan de Vries.
Voorbeeld aan het begin van een zin: Drs. Jan de Vries opent de vergadering.
Andere klassieke titels:
- ir. (ingenieur)
- mr. (meester in de rechten)
- dr. (doctor)
In een lopende zin schrijf je dus:
- Aanwezig was drs. Jan de Vries.
- Het voorstel is opgesteld door ir. A. de Groot.
- mr. L. Jansen verzorgt de juridische begeleiding.
Belangrijk: in gewone zinnen krijgen deze titels géén hoofdletter.
Dus niet: Drs. Jan de Vries in een lopende zin.
Wel: drs. Jan de Vries.
Internationale titels: hoofdletters
Internationale graden en beroepsaanduidingen schrijf je meestal met hoofdletters. Deze titels staan achter de naam en worden meestal zonder punt geschreven.
Veelvoorkomende internationale titels:
- MBA (Master of Business Administration)
- MSc (Master of Science)
- BSc (Bachelor of Science)
- PhD (Doctor of Philosophy)
- LLM (Master of Laws)
- RA (Registeraccountant)
Voorbeelden:
- J. Jansen, MBA (Master of Business Administration)
- P. de Boer, MSc (Master of Science)
- L. Smit, LLM (Master of Laws)
- T. Bakker, RA (Registeraccountant)
Let goed op de schrijfwijze. Niet alles staat volledig in hoofdletters.
Dus niet: BSC of MSC.
Wel: BSc en MSc.
De hierboven genoemde titels zijn de meest voorkomende in zakelijke omgevingen. Kom je een andere titel tegen? Controleer dan ook het overzicht van de Rijksoverheid over welke titel je mag voeren na afstuderen of promoveren.
Voor of achter de naam? Zo herken je het verschil
Twijfel je bij het controleren van een handtekening of visitekaartje? Kijk dan eerst naar het soort titel.
Gaat het om een klassieke Nederlandse titel?
Bijvoorbeeld drs., ir. of mr.?
Dan schrijf je met kleine letters + punt.
Deze titels staan in de praktijk meestal vóór de naam.
- drs. J. Jansen
- ir. R. de Vries
Gaat het om een internationale graad?
Bijvoorbeeld MBA of MSc?
Dan schrijf je (deels) met hoofdletters + zonder punt.
Deze staan meestal achter de naam.
- J. Jansen, MBA
- P. Klein, MSc
Onthouden?
Klassiek = klein + punt.
Internationaal = hoofdletters + geen punt.
In de praktijk zie je dus vaak: vóór de naam klein, achter de naam hoofdletters. Maar het soort titel bepaalt de schrijfwijze.
En op visitekaartjes dan?
Hier ontstaat vaak verwarring.
In gewone tekst schrijf je:
Aanwezig was drs. Jan de Vries.
Maar op een visitekaartje staat de titel meestal aan het begin van een regel. Dan zie je vaak dit:
Drs. J. Jansen
Ir. R. de Vries
Dat voelt logisch, omdat het de eerste letter van de regel is. Veel organisaties kiezen hier bewust voor een hoofdletter.
Belangrijk om te weten: dit is geen strikte taalregel, maar een huisstijlkeuze.
Je mag dus ook kiezen voor:
drs. J. Jansen
ir. R. de Vries
Beide varianten zijn goed, zolang je binnen de organisatie maar consequent dezelfde schrijfwijze gebruikt.
Tot slot: het gaat om de details
Met de juiste schrijfwijze voorkom je kleine correcties achteraf en houd je de communicatie helder en consistent. Of het nu gaat om visitekaartjes, een e-mailhandtekening of een functielijst op de website: één vaste lijn zorgt voor overzicht. Spreek daarom af hoe titels binnen de organisatie worden geschreven en pas die schrijfwijze overal toe. Het zijn misschien maar een paar letters, maar juist zulke details maken dat alles klopt.














Volg ons