Wat is een prettig spreektempo tijdens een presentatie?

Hoeveel woorden per minuut spreken prettig is tijdens een presentatie, is een vraag die vaak opkomt bij de voorbereiding. De slides staan klaar, maar ergens blijft het knagen: gaat dit straks niet te snel?
Bij presentaties gaat veel aandacht naar wat er gezegd wordt en hoe het eruitziet. Het tempo waarmee dat verhaal wordt verteld, krijgt vaak pas later aandacht. Terwijl juist dát tempo bepaalt of een presentatie goed te volgen is. In dit artikel lees je wat een prettig spreektempo is en hoe je daar bij de voorbereiding rekening mee kunt houden.
Hoeveel woorden per minuut spreken we gemiddeld?
In het Nederlands ligt de algemene spreeksnelheid gemiddeld rond de 120 tot 130 woorden per minuut. Wie heel rustig spreekt, zit vaak rond de 100 woorden per minuut, terwijl snelle sprekers of presentatoren richting de 140 tot 160 woorden per minuut gaan.
Tijdens een presentatie ligt het prettige tempo meestal iets anders. Je laat pauzes vallen, licht slides toe en spreekt niet alles letterlijk uit. Daardoor wordt een tempo van ongeveer:
- 130 tot 160 woorden per minuut bij een presentatie of lezing
- 130 tot 150 woorden per minuut in een grote zaal of bij een congres
vaak als prettig ervaren. In de meeste situaties werkt dit tempo gewoon goed. Een iets lager tempo maakt het verhaal beter te volgen dan wanneer alles in hoog tempo voorbij komt.
Waar het spreektempo echt wordt bepaald
Vaak is een hoog spreektempo geen kwestie van willen, maar van hoe de presentatie is voorbereid. Tijdens het maken van de slides komt er steeds iets bij: nog een toelichting, nog een voorbeeld, nog een extra dia. Alles lijkt relevant.
Pas later wordt duidelijk dat het geheel eigenlijk te vol zit voor de beschikbare tijd. En als er te veel informatie in moet, gaat het tempo vanzelf omhoog. Niet omdat iemand haast heeft, maar omdat er weinig ruimte overblijft om ergens bij stil te staan.
Een presentatie met weinig tekst per slide en een duidelijke lijn nodigt uit tot vertellen in plaats van doorjagen. Dat merk je direct terug in het tempo.
Slim voorbereiden helpt meer dan tempo corrigeren
Wie het spreektempo wil beïnvloeden, kan dat het beste al doen bij het maken van de presentatie. Let daarbij op:
- één duidelijke boodschap per slide
- steekwoorden in plaats van volledige zinnen
- liever een extra slide dan alles samenvoegen
Een handige vuistregel is ongeveer één slide per minuut spreektijd. Dat dwingt tot keuzes en voorkomt dat alles tegelijk verteld moet worden.
Even rekenen geeft houvast
Door vooraf globaal te rekenen, zie je sneller of een presentatie haalbaar is:
- 5 minuten spreken: ongeveer 650 tot 750 woorden
- 10 minuten spreken: ongeveer 1.300 tot 1.500 woorden
Dit zijn richtlijnen. Pauzes, voorbeelden en korte momenten van interactie zorgen er in de praktijk voor dat dezelfde hoeveelheid woorden meer tijd kan kosten.
Wie rekening houdt met hoeveel woorden per minuut spreken prettig is, merkt sneller wanneer een presentatie te vol dreigt te raken.
Feedback geven zonder het persoonlijk te maken
Feedback op spreektempo werkt het beste als je het koppelt aan de presentatie zelf, niet aan de persoon.
Bijvoorbeeld:
- “Deze slide bevat veel informatie, hier kunnen we misschien iets meer ruimte nemen.”
- “Dit punt is belangrijk, misschien kunnen we dit iets uitgebreider toelichten.”
- “Zullen we hier bewust een korte pauze laten vallen?”
Zo blijft het gesprek praktisch en gericht op het verbeteren van de presentatie.
Oefenen hoeft niet uitgebreid te zijn
Een volledige generale repetitie is vaak niet nodig. Eén keer hardop door de presentatie lopen is meestal al genoeg om te voelen hoe het tempo uitpakt.
Wat daarbij helpt:
- per onderdeel globaal de tijd bijhouden
- luisteren naar tempo, niet naar perfecte formuleringen
- eventueel kort iets opnemen om terug te luisteren
Dat geeft snel inzicht, zonder veel voorbereidingstijd.
Tot slot: dit is waar je écht het verschil maakt
Een prettig spreektempo zit niet in harder oefenen of langzamer praten op het podium. Het zit vooral in de keuzes die je vooraf maakt. Hoeveel informatie wil je kwijt? Wat kan weg? En waar mag best even bij stilgestaan worden?
Door daar tijdens de voorbereiding al kritisch naar te kijken, voorkom je dat iemand zich door de presentatie heen moet haasten. Het tempo volgt dan vanzelf uit de opbouw. En dat maakt het verhaal niet alleen prettiger om te brengen, maar ook makkelijker om te volgen.
















Volg ons