Word of wordt? Zo maak je deze fout nooit meer
Schrijf word bij ik en wanneer jij of je als onderwerp achter de persoonsvorm staat. Staat jij of je ervoor, of is het onderwerp u, hij, zij of het, dan schrijf je wordt. Bij meervoud gebruik je worden.

Die ene t lijkt maar een klein verschil, maar in een zakelijke e-mail valt een verkeerde vorm snel op. Vooral bij vragen met je of jij kan de twijfel ineens toeslaan: schrijf je word je geïnformeerd? of wordt je geïnformeerd? Gelukkig hoef je daarvoor geen lange grammaticaregels uit je hoofd te leren. Kijk vooral wat het onderwerp van de zin is en waar het staat. Dan zie je meestal snel of je word of wordt nodig hebt.
De basisregel voor word of wordt
Word en wordt zijn vormen van het werkwoord worden. Welke vorm je gebruikt, hangt af van het onderwerp van de zin en soms ook van de plaats van dat onderwerp.
De tegenwoordige tijd ziet er zo uit:
| Onderwerp en plaats | Juiste vorm |
|---|---|
| ik | word |
| jij of je als onderwerp, vóór de persoonsvorm | wordt |
| jij of je als onderwerp, achter de persoonsvorm | word |
| u, hij, zij of het | wordt |
| wij, jullie of zij | worden |
Bij ik gebruik je de stam van het werkwoord. De stam van worden is word:
- Ik word morgen teruggebeld.
- Ik word graag op de hoogte gehouden.
- Ik word bij het overleg verwacht.
Bij jij, je, u, hij, zij en het komt er in een gewone zin een t achter de stam:
- Jij wordt aan het project toegevoegd.
- Je wordt bij de receptie opgehaald.
- U wordt hierover apart geïnformeerd.
- De afspraak wordt naar vrijdag verplaatst.
- Het verslag wordt na de vergadering verstuurd.
De vorm wordt bestaat uit de stam word en de uitgang t. Het gaat hier dus niet om de spelling van een voltooid deelwoord, maar om de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.
Jij wordt, maar word jij?
Bij jij en je moet je extra opletten. Staat het onderwerp vóór de persoonsvorm, dan schrijf je wordt met een t:
- Jij wordt morgen gebeld.
- Je wordt voor de bijeenkomst uitgenodigd.
Staat jij of je als onderwerp achter de persoonsvorm, bijvoorbeeld in een vraag? Dan verdwijnt de t:
- Word jij morgen gebeld?
- Word je voor de bijeenkomst uitgenodigd?
Vergelijk ook deze zinnen:
- Jij wordt de nieuwe contactpersoon.
- Word jij de nieuwe contactpersoon?
- Je wordt automatisch aangemeld.
- Word je automatisch aangemeld?
- Jij wordt bij het gesprek verwacht.
- Word jij bij het gesprek verwacht?
De vorm wordt jij is dus niet correct. Staat jij of je als onderwerp achter de persoonsvorm, dan schrijf je word zonder t.
Word je of wordt je?
De combinatie word je of wordt je zorgt vaak voor verwarring. Beide vormen kunnen goed zijn. Je moet daarvoor kijken naar de functie van je in de zin.
Word je: je is het onderwerp
In de volgende zin is je het onderwerp:
- Word je morgen teruggebeld?
Je kunt je vervangen door jij:
- Word jij morgen teruggebeld?
Omdat jij het onderwerp is en achter de persoonsvorm staat, schrijf je word zonder t.
Andere voorbeelden:
- Word je ook bij de vergadering verwacht?
- Word je automatisch aan de mailinglijst toegevoegd?
- Word je vooraf over de wijziging geïnformeerd?
- Word je door de leverancier gebeld?
Wordt je: je betekent jouw
Soms is je niet zelf het onderwerp, maar hoort het bij een zelfstandig naamwoord. Je kunt je dan vervangen door jouw.
Kijk naar deze zin:
- Wordt je aanvraag vandaag behandeld?
Het onderwerp is hier je aanvraag. Je kunt ook zeggen:
- Wordt jouw aanvraag vandaag behandeld?
- Wordt de aanvraag vandaag behandeld?
Omdat je aanvraag een enkelvoudig onderwerp is, schrijf je wordt met een t.
Meer voorbeelden:
- Wordt je collega ook uitgenodigd?
- Wordt je toegang automatisch verlengd?
- Wordt je afspraak naar volgende week verplaatst?
- Wordt je declaratie deze maand uitbetaald?
- Wordt je reservering schriftelijk bevestigd?
Een handige controle is om je te vervangen door jij of jouw:
- Past jij? Dan is je het onderwerp en schrijf je in deze constructie word je.
- Past jouw? Dan hoort je bij een zelfstandig naamwoord. Zoek vervolgens het onderwerp van de zin. Bij een enkelvoudig onderwerp, zoals je aanvraag of je collega, schrijf je wordt.
Word u of wordt u?
Als u het onderwerp is, schrijf je wordt, ook wanneer u achter de persoonsvorm staat.
- U wordt morgen gebeld.
- Wordt u morgen gebeld?
- U wordt bij de hoofdingang ontvangen.
- Wordt u bij de hoofdingang ontvangen?
- U wordt automatisch aangemeld.
- Wordt u automatisch aangemeld?
De juiste vorm is dus wordt u. De vorm word u is niet correct wanneer u het onderwerp van de zin is.
Gebruik de lopen-truc
Blijf je twijfelen tussen word of wordt? Vervang het werkwoord worden dan tijdelijk door lopen. Bij lopen hoor en zie je meestal makkelijker of er een t nodig is.
Bij ik
- Ik word gebeld.
- Ik loop naar kantoor.
Je schrijft ik loop zonder t. Daarom schrijf je ook ik word zonder t.
Bij jij
- Jij wordt gebeld.
- Jij loopt naar kantoor.
Je schrijft jij loopt met een t. Daarom schrijf je ook jij wordt met een t.
Bij een vraag met jij
- Word jij gebeld?
- Loop jij naar kantoor?
Het is loop jij en niet loopt jij. Daarom schrijf je ook word jij zonder t.
Bij u
- Wordt u gebeld?
- Loopt u naar kantoor?
Bij u blijft de t staan. Daarom schrijf je wordt u.
De vervangende zin hoeft inhoudelijk niet hetzelfde te betekenen. Je gebruikt lopen alleen om de spelling van de persoonsvorm te controleren.
Wanneer schrijf je worden?
Is het onderwerp meervoud? Dan gebruik je worden.
- De documenten worden vanmiddag verstuurd.
- De afspraken worden in de agenda gezet.
- De bezoekers worden bij de receptie ontvangen.
- De actiepunten worden na het overleg verdeeld.
- De vergaderstukken worden uiterlijk donderdag aangeleverd.
Je kunt controleren of het onderwerp meervoud is door er zij van te maken:
- De documenten worden verstuurd.
- Zij worden verstuurd.
Schrijf dus niet de documenten wordt verstuurd of de afspraken wordt bevestigd.
Wanneer is word een opdracht?
Je schrijft word ook zonder t wanneer je iemand een opdracht, advies of aansporing geeft. Dit heet de gebiedende wijs.
Voorbeelden:
- Word lid van de werkgroep.
- Word de vaste contactpersoon voor dit project.
- Word niet onnodig formeel in je e-mail.
- Word je bewust van de vertrouwelijkheid van deze informatie.
Bij de gebiedende wijs gebruik je de stam van het werkwoord. De stam van worden is word.
Vergelijk deze twee zinnen:
- Word lid van het netwerk.
- Wordt u ook lid van het netwerk?
De eerste zin is een oproep. De tweede zin is een vraag met u als onderwerp.
Zakelijke voorbeeldzinnen met word en wordt
In zakelijke e-mails komt het werkwoord worden vaak voor. Een afspraak wordt verplaatst, een bezoeker wordt ontvangen of een document wordt ter controle doorgestuurd.
Deze voorbeeldzinnen zijn correct:
- Ik word morgen ingewerkt door een collega.
- Jij wordt aan het nieuwe projectteam toegevoegd.
- Word jij ook voor de vergadering uitgenodigd?
- Je wordt vooraf over de planning geïnformeerd.
- Word je door de opdrachtgever teruggebeld?
- U wordt uiterlijk vrijdag op de hoogte gebracht.
- Wordt u liever per e-mail benaderd?
- De vergadering wordt naar de middag verplaatst.
- Het document wordt na goedkeuring gedeeld.
- Wordt je collega ook aan de uitnodiging toegevoegd?
- Wordt je aanvraag deze week beoordeeld?
- De notulen worden na de vergadering rondgestuurd.
- De actiepunten worden in het volgende overleg besproken.
Controleer de zin in een paar seconden
Twijfel je vlak voordat je een e-mail verstuurt? Gebruik dan deze korte controle:
- Zoek het onderwerp van de zin.
- Is het onderwerp ik? Schrijf word.
- Is jij of je het onderwerp en staat het vóór de persoonsvorm? Schrijf wordt.
- Is jij of je het onderwerp en staat het achter de persoonsvorm? Schrijf word.
- Is het onderwerp u, hij, zij of het? Schrijf wordt.
- Is het onderwerp meervoud? Schrijf worden.
- Vervang bij twijfel worden door lopen.
Even checken voor je op Verzenden klikt
Zie je ergens word of wordt staan? Kijk dan eerst wie of wat het onderwerp van de zin is. Staat jij of je als onderwerp achter de persoonsvorm, dan verdwijnt de t. Bij u blijft de t juist staan. Twijfel je nog steeds? Vervang worden dan door lopen: jij loopt wordt jij wordt en loop jij? wordt word jij? Zo voorkom je dat één klein woord je onnodig lang laat twijfelen.














Volg ons