Een sterker team begint bij kleine gewoontes

Een sterker team ontstaat niet door één groot gebaar. Het zijn juist de kleine gewoontes op een gewone werkdag die bepalen of collega’s prettig samenwerken en op elkaar kunnen rekenen. Denk aan iemand op tijd bijpraten, een afspraak nakomen, hulp aanbieden of gewoon even bedanken. Daarvoor hoef je geen hechte vriendengroep te zijn. Collega’s mogen verschillend denken, werken en communiceren. Zolang er vertrouwen is, belangrijke informatie wordt gedeeld en mensen rekening houden met elkaar, ontstaat er een sterke basis. Met deze acht gewoontes kun je daar zelf iedere werkdag aan bijdragen.
1. Deel informatie voordat iemand erom moet vragen
Weinig dingen zijn zo frustrerend als achteraf ontdekken dat een afspraak is gewijzigd, een deadline is verschoven of een besluit al lang genomen is. Goede samenwerking begint daarom bij elkaar op tijd informeren.
Dat hoeft niet uitgebreid. Een kort bericht is vaak genoeg:
“De vergadering begint morgen een halfuur later. Ik pas de uitnodiging aan en informeer de deelnemers.”
Ook wanneer je nog niet alle antwoorden hebt, kun je alvast laten weten wat de stand van zaken is. Daarmee voorkom je dat collega’s moeten raden of steeds opnieuw om een update vragen.
Werk je met meerdere afdelingen of leidinggevenden? Spreek dan af waar belangrijke informatie wordt gedeeld. Zo voorkom je dat besluiten alleen in een e-mail, appgroep of toevallig gesprek bij het koffieapparaat terechtkomen.
2. Kom afspraken na, ook bij kleine taken
Vertrouwen ontstaat wanneer collega’s weten dat ze op je kunnen rekenen. Dat geldt niet alleen voor grote projecten, maar juist ook voor kleine toezeggingen. Denk aan een document doorsturen, een terugbelverzoek noteren of een vergaderruimte reserveren.
Lukt het niet om iets op tijd af te ronden? Laat dat dan weten voordat de ander ernaar moet vragen. Geef daarbij aan wat wel haalbaar is:
“Ik red het vandaag niet meer om het verslag volledig uit te werken. Morgenochtend stuur ik je de eerste versie.”
Zo blijft de ander niet in onzekerheid en kan diegene daar rekening mee houden. Een gemiste afspraak hoeft de samenwerking niet direct te schaden. Niets laten horen doet dat vaak wel.
3. Maak duidelijk wie wat doet
Een taak die bij drie mensen op het lijstje staat, wordt soms door niemand uitgevoerd. Iedereen denkt dat een collega ermee bezig is. Duidelijke afspraken voorkomen dat werk blijft liggen of dubbel wordt gedaan.
Bespreek daarom bij een overleg of project kort:
- wie de taak uitvoert;
- wat het gewenste resultaat is;
- wanneer het klaar moet zijn;
- wie er op de hoogte moet worden gehouden.
Schrijf actiepunten zo concreet mogelijk op. “Marieke kijkt naar de planning” is bijvoorbeeld minder duidelijk dan: “Marieke maakt uiterlijk donderdag een aangepaste planning en deelt die met het projectteam.”
Voor secretaresses ligt de rol van actiebewaker vaak voor de hand. Dat betekent niet dat je automatisch verantwoordelijk bent voor de uitvoering. Je kunt collega’s herinneren aan een actie, maar de eigenaar van de taak blijft verantwoordelijk.
4. Geef waardering die ergens over gaat
Een compliment hoeft niet groots te zijn. Juist een specifieke waardering komt vaak goed aan. Zeg dus liever niet alleen: “Goed gedaan”, maar benoem wat je prettig vond:
“Fijn dat je de stukken zo overzichtelijk hebt aangeleverd. Daardoor kon ik de vergadering veel sneller voorbereiden.”
Ook alledaagse hulp mag gezien worden. Denk aan een collega die een telefoontje overneemt, een fout opmerkt of bijspringt tijdens een druk moment. Zulke bijdragen worden snel vanzelfsprekend, terwijl een simpel bedankje weinig moeite kost.
Wacht ook niet tot een evaluatiegesprek of teamoverleg. Waardering werkt het best wanneer je die geeft op het moment dat iets gebeurt.
5. Vraag hulp voordat het misgaat
Hulp vragen wordt soms gezien als een teken dat je het werk niet aankunt. In werkelijkheid is het vaak juist professioneel. Door op tijd aan te geven dat je vastloopt of te veel taken hebt, geef je het team de kans om mee te denken.
Maak je vraag wel concreet. “Ik heb het erg druk” vertelt een collega nog niet wat je nodig hebt. Zeg bijvoorbeeld:
“Ik moet voor twaalf uur de vergaderstukken versturen en tegelijkertijd de bijeenkomst van vanmiddag voorbereiden. Kun jij de deelnemerslijst nog één keer controleren?”
Andersom kun je ook hulp aanbieden zonder meteen een complete taak over te nemen. Soms heeft een collega meer aan vijf minuten meedenken, het delen van een voorbeeldbestand of hulp bij het stellen van prioriteiten.
6. Bespreek irritaties voordat ze zich opstapelen
In ieder team ontstaan weleens ergernissen. Een collega reageert steeds laat, komt afspraken niet na of laat werk zonder overleg bij een ander terechtkomen. Kleine irritaties kunnen ongemerkt steeds groter worden, vooral wanneer niemand ze uitspreekt.
Bespreek het gedrag daarom rustig en concreet. Vermijd algemene uitspraken als: “Jij communiceert nooit goed.” Benoem liever wat er gebeurde en wat het gevolg daarvan was:
“De wijzigingen in de agenda kwamen gisteren pas aan het einde van de middag. Daardoor kon ik de deelnemers niet meer op tijd informeren. Kunnen we afspreken dat je wijzigingen direct aan mij doorgeeft?”
Geef de ander ook ruimte om te reageren. Misschien is er een reden voor het gedrag of blijkt dat jullie verschillende verwachtingen hebben. Het doel is niet om je gelijk te halen, maar om de samenwerking beter te maken.
7. Laat ruimte voor verschillende werkstijlen
Niet iedere collega werkt op dezelfde manier. De een wil eerst uitgebreid overleggen, terwijl de ander liever zelfstandig aan de slag gaat. Sommige mensen reageren direct op berichten; anderen verzamelen hun vragen en beantwoorden ze op een vast moment. Verschillen hoeven geen probleem te zijn, zolang je er afspraken over maakt. Bespreek bijvoorbeeld welk kanaal je gebruikt voor urgente vragen, wanneer iemand bereikbaar is en hoe vaak jullie de voortgang delen. Probeer daarbij niet automatisch jouw manier van werken als de beste te zien. Misschien werkt een collega anders, maar levert diegene wel degelijk goed en op tijd werk af. Een sterk team bestaat niet uit mensen die allemaal hetzelfde doen, maar uit collega’s die elkaars kwaliteiten weten te benutten.
8. Houd ook thuiswerkende collega’s betrokken
Bij hybride werken kan informatie zich snel ongelijk verspreiden. Collega’s op kantoor bespreken iets tussendoor, terwijl thuiswerkers pas later horen dat er een beslissing is genomen. Leg belangrijke afspraken daarom altijd schriftelijk vast. Zorg er tijdens een hybride overleg ook voor dat collega’s op afstand voldoende ruimte krijgen om te reageren. Een eenvoudige vraag als “Hebben de mensen die online deelnemen nog aanvullingen?” kan al verschil maken. Let daarnaast op de informele kant. Een thuiswerkende collega mist soms niet alleen informatie, maar ook de kleine contactmomenten. Even een bericht sturen of bewust tijd maken voor een kort gesprek helpt om de onderlinge band te behouden.
Wat kun jij morgen anders doen?
Je hoeft niet te wachten op een teamdag of nieuwe samenwerkingsafspraken om iets te veranderen. Ook tijdens een gewone werkdag kun je het een collega net wat makkelijker maken. Door eerder terug te koppelen, iemand mee te nemen in een besluit of even te vragen of hulp welkom is. Het zijn misschien kleine acties, maar ze bepalen wel of collega’s zich gezien voelen en op elkaar kunnen rekenen.














Volg ons